Essentiële woordenschat voor watersporters

De watersport kent een lange geschiedenis en heeft, en speelt nog steeds, een cruciale rol in ontdekkingsreizen, transport en recreatie. Met zo'n rijke geschiedenis komt een uitgebreide woordenschat die is ontwikkeld om mensen te helpen bij het werken en recreëren op het water. Hoewel er complete woordenboeken aan watersportterminologie zijn gewijd, zullen we hier enkele van de belangrijkste en meest voorkomende termen belichten die de meeste moderne watersporters zouden moeten kennen.

Boottermen

Dwars

In een rechte hoek ten opzichte van het middelpunt lijn of kiel van de boot, langs de boot

Achter

Een positie dichter bij de achtersteven of achterkant van de boot.

Midscheeps (Midships)

Het midden of centrale gedeelte van de boot

Straal

Het breedste deel van de boot, de grootste breedte

Boog

De voorkant van de boot, in tegenstelling tot de achtersteven (ezelsbruggetje:B"komt ervoorS"(in het alfabet, net zoals de boeg van een boot vóór de achtersteven komt)

Schot

Een scheidingswand, meestal een constructie, die compartimenten van een boot scheidt.

Cabine

Een hoofdcompartiment, afgesloten ruimte of leefruimte voor bemanning en passagiers

Gezelschapsweg

De trap of loopbrug die toegang biedt van het dek naar de benedendekse ruimtes van de boot.

Troosten

Een plek op het dek om te staan ​​of te zitten, waar zich vaak het roer en een operator bevinden.'s console

Dek

Meestal verwijst het naar de vlakke buitenoppervlakken van een boot waar passagiers en bemanning op lopen, maar het kan ook verwijzen naar de verdiepingen van een vaartuig, zoals inDek 4", wat een binnen- of buitenniveau kan zijn

Voorlopige versie

De minimale waterdiepte waarin een boot kan drijven, oftewel de afstand tussen de waterlijn en de onderkant van de kiel.

Flybridge

Een verhoogde stuur- of navigatieconsole, vaak boven de kajuit, van waaruit de boot kan worden bestuurd. Deze omvat meestal ook een ruimte om te ontspannen of te zitten.

Vrijboord

De verticale afstand van de waterlijn tot het laagste punt waar water over de rand de boot in zou kunnen stromen.

Kombuis

De naam voor een boot'keuken

Loopplank

Een doorgang of hellingbaan die gebruikt wordt om aan boord van een boot te gaan of van boord te gaan.

Rungrand

De bovenrand van een boot's zijkanten

Klep

Een waterdichte afdekking of deuropening in een bootdek of kajuitdak.

Hoofd

De naam voor een boot's toilet

Slagzij

Het overhellen van een zeilboot doordat de wind tegen de zeilen duwt.

Roer

Een boot's bedieningsconsole, met daarin de stuur- en motorbediening

Romp

Het lichaam of de romp van een boot, het deel dat fysiek het water raakt.

Jib

Het zeil staat vooraan op een zeilboot'masten en grootzeil

Gijpen

Het besturen van een zeilboot'met de achtersteven tegen de wind in (in tegenstelling tot overstag gaan)

Kiel

De centrale richel die van boeg tot achtersteven onder een boot loopt'romp. Bij een zeilboot kan de kiel erg diep in de romp liggen om stabiliteit te bieden.

Lijzijde

In dezelfde richting als de wind waait (in tegenstelling tot tegen de wind in).

Totale lengte (LOA)

De lengte van een schip, van het verste punt achteraan tot het verste punt vooraan, inclusief alle aangehechte tuigage.

Levenslijnen

Kabels of lijnen die rond een boot lopen om te voorkomen dat bemanningsleden, passagiers of uitrusting overboord vallen.

Kluis

Elk klein compartiment op een boot dat gebruikt wordt voor opslag.

Grootzeil

Het grootste, belangrijkste werkzeil van een boot, bevestigd aan de hoofdmast en bediend door een horizontale giek.

Mast

Een verticale paal die de zeilen van een zeilboot ondersteunt.

Zeilpunt

De boot'richting ten opzichte van de wind

Haven

De linkerkant van een boot gezien vanaf de boot, met je gezicht naar de boeg (in tegenstelling tot stuurboord). Ezelsbruggetje: bakboord heeft minder letters dan stuurboord, net zoals links minder letters heeft dan rechts.

Roer

De verticale vin of plaat aan de achterkant van een boot die in het water steekt en gebruikt wordt om te sturen.

Salon

De belangrijkste ruimte voor het ontvangen van gasten op een boot.

Afvoeren

Gaten in de romp waardoor water op het dek naar buiten kan stromen.

Steunpaal

Rechtopstaande palen rond een boot'rand die levenslijnen ondersteunen

Stuurboord

De rechterkant van een boot, gezien vanaf de boot, met je gezicht naar de boeg (in tegenstelling tot bakboord). Ezelsbruggetje: stuurboord heeft meer letters dan bakboord, net zoals rechts meer letters heeft dan links.

Stang

Het voorste deel van de boeg

Achtersteven

Het achterste gedeelte van de boot

Zwemplatform

Een platform op waterniveau aan de achterkant van de boot maakte het mogelijk om gemakkelijk in en uit het water te gaan.

Tack

Het besturen van een zeilboot'Een boog door de wind maken (in tegenstelling tot een gijp).

Tiller

De hendel die verbonden is met het roer of een buitenboordmotor die gebruikt wordt om te sturen.

Spiegel

Het platte oppervlak dat een boot vormt'achtersteven

Trimtabs

Platen aan de achterkant van een boot'een romp die kan worden aangepast om het vaartuig te veranderen'houding, helling en rol tijdens het rijden

Waterlijn

Het punt waar het water op een boot komt.'romp

Loefzijde

De richting waaruit de wind waait (in tegenstelling tot lijwaarts).


Geplaatst op: 11 mei 2024